Home | Favorieten 
Nederlandse naam
Latijnse naam
 
  

Petitella Georgiae

Roodkopzalm


Familie: Characidae
Herkomst: Zuid-Amerika (Peru, BraziliŽ)
Grootte: 6cm
Dieet: Droogvoer en klein levend voer
Milieu: temp. 24-26įC; pH 6,0-7,0; GH 6-10
Zone: midden, bodem
Kweek: Vrijlegger

De Roodkopzalm is, net als de Roodneuszalm, een zeer vreedzame scholenvis die u het beste kunt houden in een wat grotere school daar ze zich in een kleine school zich wat minder op hun gemak voelen. Ook houden ze van schaduwrijke plaatsen in de bak die u kunt creŽren met wat drijfgroen en een donkere bodem. Een langgerekte bak en een lichte stroming is wenselijk voor, ze houden van veel vrije zwemruimte.

Opmerking: De Roodkopzalm is gevoelig voor afvalstoffen in het water, probeer dit te beperken door matig te voeren en de bodem regelmatig af te hevelen. Ook regelmatige waterverversing komt hun gezondheid ten goede.
Kweek: De kweek van de Roodkopzalm is hetzelfde als de Roodneuszalm en is vrij moeilijk. De Roodkopzalm paart in scholenverband, u moet dus de hele school over plaatsen in een aparte kweekbak. Het water in de kweekbak moet van te voren optimaal zijn, zeer zacht (GH 1-3) en een pH van 6. Filteren over turf is een absolute must. Daarnaast moeten er veel fijnbladerige planten in staan waarin ze hun eieren kunnen afzetten en moet de kweekbak op een enigszins schemerige plek staan. Door de temperatuur langzaam 2 graden op te voeren dan ze gewend zijn bootst u de omstandigheden na die in de natuur tijdens de paartijd heersen. De vissen zullen nu gaan paren en eieren afzetten. U kunt de vissen na het afzetten het beste verwijderen daar ze anders de eieren weer zullen opeten. Na ongeveer 48 uur komen de eieren uit en kunnen ze verder worden opgekweekt met pantoffeldiertjes, microwormpjes en zeer fijn stofvoer.
Als laatste toegevoegd: